[pic] Wie komen niet meer in aanmerking voor AWBZ-begeleiding: . Mensen die op de wachtlijst staan van een WSW krijgen geen indicatie. De wachttijd kan soms enkele jaren duren. Deze mensen hebben dan geen mogelijkheid tot deelname aan AWBZ-zorg. . Mensen met psychosociale problemen, mogelijk middels training in staat tot (vrijwillige) arbeid. Het zoeken naar de maximale stap op de maatschappelijke ladder zou bij sommigen het beste kunnen starten in een arbeidsmatige zorgomgeving. . Mensen die begeleidt wonen in een BW hebben alleen nog ruimte in het totaalpakket voor beperkt aantal dagdelen groepsbegeleiding. Niet voor individuele begeleiding voor dagbesteding. . Mensen met een psychiatrische diagnose, niet volledig afgekeurd, met een WAO-uitkering en op één gebied volgens de richtlijnen AWBZ-begeleiding een probleem. . Mensen met een psychiatrische diagnose, met een netwerk, met actuele problemen en in principe in staat tot zelfstandig oppakken van dagbesteding. . Mensen met een psychiatrische diagnose, ernstige en actuele problemen. Zij worden geacht behandeling te krijgen in plaats van begeleiding. . Mensen met een psychiatrische diagnose die eenzaam zijn en daar last van hebben. Wel werk hebben en collega's maar hier geen contact mee aangaan. Wie komen wel in aanmerking voor AWBZ-begeleiding . Mensen moeten een recente psychiatrische diagnose hebben. . Mensen moeten arbeidsongeschikt zijn. . Mensen moeten matige tot zware problemen hebben op omschreven gebieden. . Deze mensen moeten deze problemen hebben op minimaal 2 gebieden. . De zorg moet dienen ter voorkoming van een ernstige terugval. Wat zijn ook al weer de prestatievelden van de WMO? . Het bevorderen van sociale samenhang in en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten. . Op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en ouders met problemen met opvoeden. . Het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning. . Het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers. . Het bevorderen van deelname aan het maatschappelijke verkeer en van het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem. . Het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud van hun zelfstandig functioneren van hun deelname aan het maatschappelijk verkeer. . Maatschappelijke opvang. . Het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg. . Het bevorderen van verslavingsbeleid. Voorbeelden uit de praktijk van een WMO-loket Maak kennis met Diana, Henk, Saima en Twan. Diana Diana is een vrouw van 55 jaar. Ze woont alleen. Ze heeft lang haar, een beetje onverzorgd. Ze is dik en heeft zichtbaar een slechte conditie. Ze kijkt je telkens kort aan in het gesprek. Bij doorvragen hoor je dat ze begeleiding heeft van maatschappelijk werk, over haar kinderen. Dat ze in behandeling is bij de GGzE en medicijnen gebruikt. Ze is vaak somber zegt ze. Ze heeft ook een vervoersindicatie. Haar vraag is: wat kan ik overdag gaan doen. Werken kan ze niet zegt ze. Wat zou je van haar willen weten voordat je haar adviseert? Wat zou het advies zijn? En kun je gebruik maken van de AWBZ-begeleiding? Wat kan de rol van de gemeente zijn? Henk Theo is een getrouwde man van 44 jaar. Hij woont samen met zijn vrouw en drie kinderen. Hij is wat dik, ziet er verder gezond uit. Hij maakt goed oogcontact. Hij is lang van stof als je hem een vraag stelt. Jij bent het die hem al een aantal keren onderbreekt zodat je de volgende vraag kunt stellen. Bij doorvragen blijkt hij al twee keer met een arbeidsconflict ontslagen te zijn. Hij geeft aan hoe betrouwbaar hij is als collega en dat zijn collega's ook heel blij met hem waren. Hij snapt niet dat hij twee keer in conflict is geraakt en ontslagen is. Hij legt de oorzaak bij zijn leidinggevende. Daarna is hij vrijwilligerswerk gaan doen bij de tennisvereniging. Ook hier is het misgelopen. Hij is nu ruim twee jaar werkloos. Naar zijn idee heeft hij de capaciteiten om binnenkort weer te werken, maar heeft de hoop opgegeven te worden aangenomen. Hij wil voor zijn gezin zorgen en een inkomen verdienen. Wat zou je van hem willen weten voor je hem een advies kunt geven? Wat zou het advies zijn? En kun je gebruik maken van de AWBZ-begeleiding? Wat is de rol van de gemeente? Saima Saima is 30 jaar. Ze ziet er wat terneergeslagen uit, kijkt naar beneden. In het gesprek maakt ze goed oogcontact, haar antwoorden zijn wat vaag. Alleen haar vraag waarvoor ze komt heeft ze heel duidelijk: ze wil meedoen aan de yoga- aktiviteit bij de dagbesteding (De Boei) van het psychiatrische ziekenhuis (GGzE). Haar persoonlijke verzorging is voldoende. Bij doorvragen blijkt ze nogal wat problemen te hebben. Ze kan haar huis amper verzorgen en heeft geen contact meer met haar kinderen. Dat mag ze niet meer zo ze zegt. Ze heeft medicijnen en als het in haar privésituatie te lastig wordt dan krijgt ze regelmatig een psychose. Hiervoor is ze ook wel eens opgenomen. Gelukkig heeft ze een drietal vriendinnen en daar kan ze op terugvallen. Ook zwemt ze eens per week, en dat doet haar goed. Kan zij meedoen aan die yoga-aktiviteit? Wat zou je van haar willen weten voordat je haar adviseert? Wat zou het advies zijn? En kun je gebruik maken van de AWBZ- begeleiding? En welke rol kan de gemeente hebben? Twan Twan is 37 jaar, hij woont alleen en ziet er goed verzorgd uit en komt netjes over. In gesprek weet hij op een juiste manier antwoord te geven op de vragen die je hem stelt. Hij maakt goed oogcontact. Het gesprek heeft hij goed voorbereid, hij heeft de punten op een lijstje bij zich, ook zijn papieren over indicatie e.d. heeft hij mee, voor het geval het nodig is. Alles legt hij zorgvuldig op tafel. Twan vertelt dat hij onlangs een WSW- indicatie heeft gekregen en er een wachtlijst is van 2 jaar. Hij komt naar het WMO-loket omdat hij niet weet hoe met deze 2 jaar om te gaan, wat hij dan kan doen? Hij heeft twee vrijwilligersbanen gehad in het St. Annaziekenhuis, deze zijn beide niet goed verlopen en hij is ermee gestopt. Ook heeft hij vrijwilligerswerk gedaan bij de GGzE, daar was te weinig begeleiding om deze werkplek te laten slagen. Bij De Boei deed hij ook vrijwilligerswerk, waarbij deskundige begeleiding hem ondersteunde. Dit verliep prima, hij ging weer naar de sportschool en dronk minder, vertelt hij zelf. Maar voor deze begeleiding krijgt hij nu geen indicatie meer. Hij heeft nu niets om trots op te zijn. Hij drinkt nu een halve liter Wodka per dag en heeft geen contacten met anderen. Kan en wil de gemeente iets betekenen voor deze man?