Gevolgen pakketmaatregelen AWBZ voor jeugd met psychiatrische problematiek Willekeur en toeval De nieuwe beleidsregels werken willekeur en toeval in de hand. De maatregel was door VWS aan de Tweede Kamer "verkocht" als belangrijke stap in de aanscherping van AWBZ aanspraken met als resultaat een "glasheldere polis". Het tegendeel is het geval. Beschikbaarheid van zorg wordt juist nog meer afhankelijk van toeval en willekeur: . Criteria voor "licht", "matig" en "zwaar" zijn niet helder en eenduidig en zullen niet leiden tot uniforme indicatiestelling vanuit 15 autonome BJZ organisaties . Criteria voor "gebruikelijke zorg" zijn onrealistisch en vaag . Aanbevelingen commissie Linschoten (zie rapport Linschoten d.d. december 2008) moeten nog worden geïmplementeerd . De afbakening onderwijs en AWBZ is onduidelijk en resulteert in zeer verschillende bereidheid bij verschillende scholen om wegvallende AWBZ zorg op te pakken . Begeleiding vanuit de AWBZ wordt specifiek voor de jeugd met psychiatrische problematiek ingezet voor grotendeels therapeutische hulp (zie onderzoek van Balans d.d. oktober 2009 onder 690 ouders van kinderen met ontwikkelingsstoornissen als ADHD en autisme) . Hulp wordt verleend uit verschillende sectoren/domeinen/stelsels (ZVW, gemeenten, onderwijs, welzijn, jeugdzorg en AWBZ). Door eenzijdige aanscherping van AWBZ aanspraken, krijgen mensen die toevallig hun zorg via dat kanaal hadden ingevuld (zowel in natura als via een PGB) te maken met aanscherping en bezuiniging, terwijl mensen die toevallig hun hulp op een andere manier hadden ingevuld vanuit een andere sector/domein/stelsel wel zorg ontvangen. Eerste signalen over gevolgen van de pakketmaatregel Vanaf 30 mei is op de website van Balans de monitor voor jeugd met psychiatrische problematiek gestart (onderdeel van de landelijke monitor door de gezamenlijke clientenorganisaties om de gevolgen van de pakketmaatregel te inventariseren. Na de zomer zullen wij hierover rapporteren. Inmiddels zijn al ruim 100 reacties binnen. Het is nog te vroeg om structurele conclusies over de gevolgen van de pakketmaatregel te trekken, maar uit deze eerste resultaten blijkt dat: . Wachttijden bij BJZ van 5 tot zelfs 9 maanden worden gemeld. De wettelijke termijn van 2 maanden wordt structureel overschreden bij het merendeel van de aanvragen, hetgeen betekent dat veel mensen soms maandenlang zonder hulp komen te zitten, omdat de oude indicatie verloopt voordat de nieuwe indicatie is afgegeven. . Het aanvraagproces wordt als onduidelijk, omslachtig en bureaucratisch ervaren. Het is onduidelijk op welke wijze de BJZs de vervroegde herindicatie van lopende indicaties wil gaan organiseren, terwijl het CIZ hiervoor al een separaat parallel traject heeft opgezet. Gecombineerd met de signalen over wachttijden die nu al oplopen, is dit een zorgelijke constatering. Verzoek aan de Tweede Kamer Ten aanzien van de uitvoeringsproblematiek vragen wij de Tweede Kamer de Staatssecretaris erop aan te spreken dat de nieuwe beleidsregel voor de jeugd geen helderheid heeft gebracht, maar willekeur en onduidelijkheid. Verder verzoeken wij u om de staatssecretaris en de minister van Jeugd en Gezin te vragen wat de status is van de implementatie van de adviezen van de commissie Linschoten, waaronder de audit bij de BJZs, die halverwege 2009 zou moeten plaatsvinden. Ten aanzien van de eerste signalen rond de effecten van de pakketmaatregel, springt de wachttijdproblematiek eruit, met ernstige problemen voor de betrokken gezinnen als gevolg. Wij vragen u om de staatssecretaris van VWS op haar verantwoordelijkheid te wijzen om in een concrete oplossing voor dit probleem te voorzien: een politiek besluit dat alle oude indicaties door blijven lopen totdat de herindicatie is afgegeven. Verder vragen wij u om de bewindslieden om opheldering te vragen over het vervroegde herindicatietraject bij BJZ. Utrecht, 5 juni 2009