WMO algemeen
De WMO heeft niet het karakter van een zorgverzekering zoals de AWBZ of de ZVW. De WMO kent een brede doelgroep: namelijk álle burgers en daarbinnen vooral de kwetsbare groepen. Er wordt dan ook veel individuele zorg vanuit de WMO verstrekt. Omdat het om burgers gaat, zijn de gemeenten verant-woordelijk voor het WMO-beleid en de uitvoering daarvan. De WMO geldt niet indien mensen al zorg krijgen vanuit de AWBZ of de ZVW.
Wat is WMO?
Wat is de rol van gemeente en overheid?
Hoe zit het met gemeentelijk WMO-beleid?
Voorbeelden van WMO-voorzieningen
Waar kan ik bij de gemeente op rekenen wat de WMO betreft?
Is er ook cliëntenondersteuning?
Hoe vraag ik hulp vanuit de WMO aan?
Wie beslist waarvoor ik in aanmerking kom?
Kan ik een klacht of bezwaar indienen?
Hoe zit het met het PGB in de WMO?
Hoe moet de gemeente het PGB regelen?
PGB en de eigen bijdrage in de WMO
Wie stelt die eigen bijdrage vast en int deze?
Wat is rehabilitatie en doet de gemeente daar iets aan?
Wat doet een WMO-adviesraad?
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Wat is WMO?
Sinds 1 januari 2007 bestaat de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). De WMO heeft als doel om iedereen, jong en oud, met of zonder lichamelijke of psychische beperkingen, aan de samenleving te laten deelnemen. Gemeenten in Nederland hebben de plicht om WMO-beleid te ontwikkelen én uit te voeren. Dat betekent dat het beleid goed moet aansluiten op de wensen en behoeften van kwetsbare mensen.
naar boven
Wat is de rol van gemeente en overheid?
Gemeenten moeten mensen ondersteunen die als gevolg van een beperking niet of verminderd zelfredzaam zijn en er mede daardoor niet goed in slagen om maatschappelijk te participeren. Dit wordt compensatieplicht genoemd. De gemeente omschrijft wat zij verstaat onder zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Ze biedt mogelijkheden om de maatschappelijke beperkingen van kwetsbare mensen zoveel mogelijk op te heffen. Zij zich richt daarbij op de hele mens en niet alleen op de ziekte.
naar boven
Hoe zit het met gemeentelijk WMO-beleid?
Gemeenten hebben een grote vrijheid om het beleid ten aanzien van de WMO te bepalen. De overheid heeft alleen negen prestatievelden benoemd waarop gemeenten beleid moeten voeren. Verder is de rol van de overheid beperkt tot het stellen van kaders, randvoorwaarden, procedure-eisen en natuurlijk subsidie. Gemeenten zijn verplicht een vierjaarlijks plan op te stellen. Daarin geven zij per prestatieveld het beleid weer en hoe zij verschillende doelgroepen bij de beleidsontwikkeling hebben betrokken. Daarmee wordt het beleid toetsbaar en zijn gemeentes aanspreekbaar op de uitvoering daarvan. Het beleid moet afgestemd zijn op de wensen en behoeften van (kwetsbare) mensen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat de gemeente bij bouw- en inrichtingsplannen moet nadenken over bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid. Gemeenten mogen zelf bepalen of zij daarbij advies inroepen van een WMO-adviesraad. Gemeenten moeten ook de activiteiten op het gebied van wonen, welzijn en zorg op elkaar afstemmen. U kunt daarbij denken aan bestrijding van eenzaamheid onder ouderen. Of aan het regelen van opvang voor dakloze jongeren.
WMO-beleidsplannen zijn openbaar.
naar boven
Voorbeelden van WMO-voorzieningen
De volgende voorzieningen vallen in ieder geval onder de WMO:
-
Opvangvoorzieningen > verslavingszorg, vrouwenopvang, opvang voor dak- en thuislozen.
-
Praktisch en adviserend > zorgloket, inburgeringloket, rechtshulp, algemeen maatschappelijk werk, vrijwilligerscentrale, mantelzorg, (AMW), schuldhulpverlening.
-
Voor alle leeftijden > opbouwwerk, buurtwerk, sociaal-cultureel werk, clubhuiswerk, wijkwinkels, buurthuizen, interculturele projecten, sportvelden.
-
Ouderen > intergenerationele projecten, ouderenadvies.
-
Jeugd > peuterspeelzalen, voor- en naschoolse-opvang, kinderopvang, tiener- en jongerenwerk, speeltuinwerk, jeugdhulpverlening, opvoedcursussen, gezinscoaches.
naar boven
Waar kan ik bij de gemeente op rekenen wat de WMO betreft?
Hieronder kunt u lezen welke zaken (de negen prestatievelden) de gemeente minstens (goed) moet hebben geregeld.
1. Het bevorderen van de sociale samenhang en leefbaarheid.
Dat is eigenlijk de ‘paraplu’ waaronder de onderstaande punten behoren. Het bevorderen van de sociale samenhang en leefbaarheid binnen gemeentegrenzen (dorpen, wijken en buurten) is namelijk voor een groot deel het resultaat van het gemeentelijk beleid ten aanzien van onderstaande aandachtsgebieden.
De gemeente helpt u bij het zoeken en vinden van maatschappelijke ondersteuning. De meeste gemeenten streven ernaar om alle hulpvragen via één loket te laten beantwoorden. Alle informatie en adviezen die u daar krijgt, zijn onafhankelijk. De inzet van ervarings-deskundige lokettisten wordt zoveel mogelijk nagestreefd.
3. Zorgen dat mensen met een beperking mee kunnen doen
De gemeente heeft een aantal algemene maatregelen getroffen voor kwetsbare groepen. Daarmee wordt maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid zoveel mogelijk gestimu-leerd. De exacte invulling van die maatregelen mogen gemeenten zelf bepalen.
4. Voorzieningen voor mensen met een beperking
(Lichamelijk, psychisch of psycho- sociaal) Om in aanmerking te komen voor huishoudelijke hulp, vervoer- of een woningaanpassing is een indicatiestelling nodig. Iedereen met een duidelijke zorgvraag heeft toegang tot indicatiestelling. Iedere gemeente moet duidelijk vastleggen wat haar doelstelling is bij het aanbieden van voorzieningen aan individuele burgers.
5. Jongeren en ouders ondersteunen
Iedere gemeente heeft een preventief jeugdbeleid. Dat moet ervoor zorgen dat jeugdigen tijdig hulp, advies en ondersteuning krijgen als ze een verhoogd risico lopen op een ontwikke
lingsachterstand, schooluitval, werkloosheid of criminaliteit. Bij lichte problemen biedt de gemeente ook hulp aan ouders/gezinnen. Let wel: het gaat hierbij alleen om preventieve jeugdzorg. De gemeentelijke kaders t.a.v. preventief jeugdbeleid zijn een aanvulling op taken die in andere wetten zijn vastgelegd, zoals
Jeugdgezondheidszorg (Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid) en de
Leerplichtwet. De gemeente draagt wel de zorg voor de uitvoering van de (integrale) jeugdgezondheidszorg.
6. Ondersteunen van vrijwilligers en mantelzorgers
Iedere gemeente moet mantelzorgers en vrijwilligers ondersteunen. Dat betekent dat organisaties die mantelzorgers (of vrijwilligers) ondersteunen voor praktische ondersteuning bij de gemeente kunnen aankloppen. De gemeente kan dan zorgdragen voor het faciliteren van mantelzorg-steunpunten en het geven van informatie en advies via het gemeentelijk WMO-loket. Het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers valt onder de compensatie-
plicht van de gemeente. Mantelzorgers kunnen ook zelf direct naar het WMO-loket gaan voor advies, hulp of ondersteuning.
7. Maatschappelijk opvang voor mensen met problemen
Elke gemeente heeft omschreven voor welke doelgroepen maatschappelijke opvang (waaronder vrouwenopvang) beschikbaar is en hoe zij huiselijk geweld bestrijdt. Zij moet duidelijk aangeven hoe zij problemen signaleert, preventiemaatregelen toepast en welke partijen ze inschakelt. Bijvoorbeeld bij een huisuitzetting. Dan is afstemming nodig met politie, crisisopvang GGZ en GGD.
8. Openbare Geestelijke Gezondheidszorg
Daaronder valt o.a. zorg voor dak- en thuislozen, schuldhulpverlening, opvang van zwerf-jongeren etc. Voor het gebruik van Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz) mag u erop rekenen dat de gemeente de kwetsbare groepen binnen haar gemeentegrenzen kent en hen actief betrekt bij het opstellen van beleid. Ook moet de gemeente zorg bieden aan mensen die dat (liever) niet willen, maar het eigenlijk wel nodig hebben. ('zorgmijders')
9. Ambulante verslavingszorg
Iedere gemeente heeft de plicht een verslavingsbeleid te ontwikkelen en om alcohol-, drugs- en gokverslaafden op te vangen en te begeleiden. In het beleid is aandacht voor: actieve opsporing van (bijna)cliënten, het bieden van concrete maatschappelijke dienstverlening, het bieden van gespecialiseerde hulp bij psychische en/of verslavingsproblemen, coördinatie en afstemming van hulp, het bieden van activiteiten om mensen tot de arbeidsmarkt of zinvolle dagbesteding te leiden.
naar boven
Is er ook cliëntenondersteuning?
Mensen met een ggz-achtergrond of met psycho-sociale problematiek hebben vaak iets meer steun of begeleiding nodig hebben om het gemeenteloket te bereiken. Zij kunnen bijvoorbeeld anders reageren of angstig worden. Zij kunnen die steun in ieder geval
hier vinden.
naar boven
Hoe vraag ik hulp vanuit de WMO aan?
Hiervoor hebt u een indicatiestelling nodig. Die kan worden uitgevoerd door een onafhankelijke organisatie. Elke gemeente kan daarvoor een bureau naar keuze contracteren maar soms heeft een gemeente een onderafdeling waar indicatiestellers werken. Ook het CIZ kan de indicatie afgeven. Wanneer u een aanvraag indient, kijkt de indicatiesteller eerst naar hulpmogelijkheden binnen uw sociale netwerk. Denk daarbij aan familie en vrienden, mantelzorgers, vrijwilligers en buren, maar ook maatschappelijke organisaties zoals de kerk en vrijwilligersorganisaties.
naar boven
Wie beslist waarvoor ik in aanmerking kom?
De gemeente beslist of u ondersteuning of een hulpmiddel krijgt. Zij neemt dat besluit op basis van een advies dat wordt afgegeven door indicatiestellers. Soms zijn indicatiestellers werkzaam bij een onafhankelijke organisatie, soms in dienst bij de gemeente zelf. Bij een toewijzing doet de gemeente een compensatievoorstel. Dit voorstel of aanbod van voorzieningen kan voor iedereen anders zijn. Het is afhankelijk van de aard en de gevolgen van de beperking, de leeftijd, de economische omstandigheden en de woonomgeving. Hierbij wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de persoonlijke voorkeuren. Gemeenten, maar ook cliënten, zijn soms nog gewend te denken vanuit bestaande voor-zieningen en standaardoplossingen. De WMO geeft juist ruimte voor flexibiliteit. Er is immers meer dan alleen een standaardpakket met oplossingen die voor iedereen hetzelfde is. De indicatiesteller gaat daarom flexibel om met de mogelijkheden die er binnen de beslissingsbevoegdheid zijn. Feitelijk wordt er zoveel mogelijk maatwerk geleverd.
naar boven
Kan ik een klacht of bezwaar indienen?
Iedere gemeente heeft een eigen regeling. In het algemeen geldt dat u binnen 6 weken na het indicatiebesluit moet reageren. Neem daarvoor contact op met uw gemeente.
naar boven
Hoe zit het met het PGB in de WMO?
Als u van de gemeente een positief indicatiebesluit hebt ontvangen voor hulp uit de WMO, hebt u keuzevrijheid. U kunt de geboden zorg in natura ontvangen óf u kunt een daarmee vergelijkbaar PGB aanvragen. De hoogte daarvan wordt door de gemeente bepaald en is inkomensafhankelijk. Het vaststellen van de hoogte van het PGB is een ingewikkelde zaak.
naar boven
Hoe moet de gemeente het PGB regelen?
De gemeente moet het beleid voor PGB vastleggen. Dat gaat via de 'WMO-verordening'. De gemeente heeft wel enige beleidsvrijheid, maar moet zich aan de volgende uitgangspunten houden:
Informatie > de gemeente moet u informeren over de mogelijkheid om te kiezen
tussen ondersteuning in natura of een PGB.
Keuze > de gemeente biedt natura en PGB aan als vergelijkbare keuze-
mogelijkheden. Ze biedt niet alleen een PGB aan omdat de voorziening
in natura niet beschikbaar is.
Neutrale optie > het beleid van de gemeente leidt tot een echte keuzemogelijkheid; de
procedures die in de gemeente gelden voor het PGB zijn niet op voorhand
ontmoedigend voor burgers;
Vraaggericht > de hoogte van het PGB moet aansluiten op uw vraag en aan de
ondersteuningsbehoefte die voor u is geïndiceerd;
Vrijheid > er moet keuzevrijheid bij de besteding van het PGB zijn.
U moet een hulpmiddel mogen kopen dat in uw behoefte voorziet;
bijvoorbeeld een verstelbare douchestoel;
Toereikend > het budget moet toereikend zijn om uw beperking te compenseren.
De gemeente mag de hoogte van het budget niet ’automatisch’ koppelen
aan de goedkoopste adequate voorziening in natura. Dit zou te laag kunnen
zijn zodat u er geen adequate ondersteuning mee kunt kopen.
Vergelijkbaar > u moet met het budget vergelijkbare hulp of voorzieningen kunnen kopen.
De compensatie moet vergelijkbaar zijn als u met ondersteuning in
natura zou krijgen. Het resultaat van de maatschappelijke ondersteuning
moet centraal staan, niet de specifieke voorzieningen in de gemeente.
Kortom, het bepalen van de voorziening die u nodig heeft en de invulling daarvan (in natura of PGB) is maatwerk. De gemeente mag zich niet beperken tot het beschikbare aanbod van standaardvoorzieningen. Zij moet een individuele afweging maken in úw belang.
naar boven
PGB en de eigen bijdrage in de WMO
Als u in aanmelding komt voor een PGB via de WMO, krijgt u ook weer te maken met het betalen van een eigen, inkomensafhankelijke bijdrage. Daarvoor zijn de volgende afspraken gemaakt (in de WMO-verordening vastgelegd).
- Er gelden inkomensgrenzen voor het heffen van eigen bijdrage. Als u onder de grens valt, mag de gemeente geen eigen bijdrage van u vragen. De gemeente mag de inkomens-
grens niet verhogen, wel verlagen. - Er gelden maxima voor de eigen bijdragen. Dit mag niet meer zijn dan 15% van het verschil tussen het verzamelinkomen en de vastgestelde inkomensgrens. De gemeente mag dit maximum niet verhogen, wel verlagen.
- De gemeente mag de eigen bijdrage voor de WMO voor mensen met lage inkomens compenseren door de bijzondere bijstand te verlenen.
- Voor rolstoelen mag de gemeente geen eigen bijdrage vragen.
- Voor hulp in het huishouden mag de gemeente een eigen bijdrage vragen, zolang u gebruik maakt van die voorziening.
- Voor bepaalde individuele voorzieningen mag de eigen bijdrage niet langer worden gevraagd dan 156 weken (maximaal 39 perioden van 4 weken).
- Voor eenmalige voorzieningen, zoals een scootmobiel, geldt dat er van u geen eigen bijdrage meer mag worden gevraagd als u er na twee jaar geen gebruik meer van kunt maken.
Ingewikkeld? Lees dan:
'Besluit Maatschappelijke Ondersteuning per 1 januari 2009
Tarieven van 2010 weten? Lees dan de brochure
Eigen bijdrage zorg zonder verblijf en WMO
naar boven
Wie stelt de eigen bijdrage vast en int deze?
De gemeente vraagt aan het
CAK (Centraal Administratie Kantoor Bijzondere Ziektekosten) om een eigen bijdrage te berekenen. Dit proces gaat als volgt:
- Het CAK berekent de maximale eigen bijdragen en stuurt een kennisgeving en beschikking aan de PGB-houder.
- Het CAK bericht aan gemeenten de berekende maximale eigen bijdragen voor de PGB’s in een periodiek overzicht per gemeente.
- De gemeente kan aan haar burger een netto-PGB uitkeren.
- Tussen de gemeenten en het CAK volgt geen onderlinge verrekening van de eigen bijdragen ten aanzien van de netto-PGB.
- Een gemeente kan het administratieve proces rond de netto PGB’s uitbesteden aan een derde partij, pas nadat de netto-variant berekend is.
Meer informatie over de uitvoering van de netto-PGB kunt u vinden in de
handreiking van het CAK. Op de site van het CAK kunt u de hoogte van
eigen bijdrage over 2010 zelf berekenen.
naar boven
Wat is rehabilitatie en doet de gemeente daar iets aan?
Rehabilitatie is gericht op het begeleiden van de terugkeer van cliënten uit de ggz of maatschappelijke opvang naar de maatschappij. Doel van rehabilitatie is reïntegratie op de arbeidsmarkt, het hervatten van sociale netwerken en het bestrijden van stigma’s. Er zijn dus veel raakvlakken met de gemeentelijke taken op het gebied van de WMO. Binnen de WMO is rehabilitatie nog niet overal goed ontwikkeld. Toch past het wel binnen de doelstelling van de WMO om succesvol burgerschap te bevorderen, vooral voor ex-cliënten uit de ggz, verslavingszorg of maatschappelijke opvang. Dat zijn immers 'kwetsbare groepen'. Gemeenten ondersteunen inloophuizen, ontmoetingspunten en vriendendiensten etc. Om rehabilitatie binnen de WMO goed te ontwikkelen is het volgende nodig:
- De gemeente heeft oog en begrip voor de behoeften en doelen van (ex)cliënten. Daarmee kan ze omvang en inhoud van de doelgroep en procedures kan bepalen.
- De gemeente moet verbindingen leggen met ggz-instellingen en de daar aanwezige kennis en mogelijkheden benutten. Dit geeft de instellingen ook input voor hun beleid.
- De gemeente moet samenwerking en ketenzorg tot stand brengen.
- De gemeente moet kansen en mogelijkheden van ervaringsdeskundigen benutten.
- De gemeente moet de beeldvorming rondom (ex) cliënten positief beïnvloeden.
Dit alles wordt ook wel kwartiermaken genoemd. Lees hier de
gouden tips voor gemeenten om contact met de doelgroepen te maken en rehabilitaite te bevorderen.
naar boven
Wat doet een WMO-adviesraad?
Het beleid van de gemeente is erop gericht om zoveel mogelijk vertegenwoordigers (ervaringsdeskundigen) uit de diverse doelgroepen in een WMO-adviesraad op te nemen. De WMO-adviesraad geeft precies aan welke problemen, behoeften en wensen er leven in de groepen die zij vertegenwoordigt. De gemeente kan ervoor kiezen om een WMO-adviesraad samen te stellen; het is niet verplicht. De WMO-raad adviseert het college over alles ten aanzien van het WMO-beleid. De gemeente vraagt de WMO-raad bijvoorbeeld om advies over het beleidsplan of over verordeningen. Maar de adviesraad kan ook zelf het initiatief nemen om (ongevraagd) advies te geven, bijvoorbeeld over indicatiestelling, de regio-taxi, gezondheidsbeleid en het PGB. In 2008 is onder 82 WMO-raden een onderzoek gedaan. De kunt u
hier downloaden.
naar boven
Vragen? Klachten? Bel 0900 - 0401208
Maandag t/m donderdag van 10.00 tot 14.00 uur
1 cent per minuut
|