Wet maatschappelijke ondersteuning krijgt een zesProfessionele en burgerorganisaties in het maatschappelijke veld geven een iets hoger rapportcijfer voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning: een zes. In 2007 kwam het cijfer niet verder dan een vijf. ‘Het is een deel van de organisaties kennelijk gelukt kansen te pakken binnen de Wmo,’ aldus onderzoeker Vasco Lub van
De trendstudie naar de gevolgen van de Wmo richtte zich in 2009 op de betrokkenheid van burgerorganisaties bij de Wmo en op het spanningsveld tussen samenwerking en concur-rentie tussen professionele organisaties. Deze twee aspecten bleken namelijk bij de het eerste trendrapport – in 2007 – de grootste knelpunten. De bijna 400 bevraagde organisaties geven nu, anderhalf jaar later, een zes als rapportcijfer als het gaat om de Wmo. SpanningsveldHet trendrapport wordt gemaakt op basis van een webenquête, waaraan organisaties vrijwillig meedoen. In 2007 kreeg de Wmo in de eerste trendstudie een vijf als rapportcijfer. Een belangrijk signaal was toen dat burgerorganisaties de Wmo nauwelijks herkenden als een wet waar zij iets mee te maken hebben. Bovendien werd het spanningsveld duidelijk voor professionele organisaties, die moeten onder de Wmo enerzijds samenwerken en anderzijds met elkaar concurreren. ConclusiesOver verbeteringen en het waarom daarvan op deze twee aspecten kan op dit moment nog niets worden gezegd, aldus onderzoeker Vasco Lub van kennisinstituut MOVISIE. De data moeten nog door de MOVISIE-onderzoekers worden geanalyseerd. Eind dit jaar zullen alle uitkomsten en de conclusies daaruit worden gepubliceerd in het tweede trendrapport: ‘De uitvoering van de Wmo in beeld 2009’. Niet negatiefDe vraag is of een zes in 2009 nu zoveel beter is dan een vijf in 2007. Volgens onderzoeker Vasco Lub is het ‘interessant’ dat het cijfer niet is gedaald. ‘Dat betekent dat men in ieder geval niet volstrekt negatief is over de Wmo. Organisaties moeten er wellicht meer ingroeien. En dat is klaarblijkelijk ook deels gelukt.’ GemiddeldeNiettemin kan er wel degelijk nog sprake zijn van verschillende ervaringen in de diverse sectoren die te maken hebben met de Wmo, waarschuwt Lub. ‘Het rapportcijfer is een gemiddelde. Het kan zijn dat bepaalde sectoren minder positief zijn dan andere. Het cijfer kan dus voor sommige type organisaties lager uitvallen dan voor andere.’ Bron:
|


